Zoek op trefwoord

Het Rijksvaccinatieprogramma

Het Rijksvaccinatieprogramma is gestart in 1957. De ziekten waartegen de vaccinaties beschermen, vormden tot de jaren ’50 een groot probleem voor de volksgezondheid. Inmiddels komen veel infectieziekten in Nederland nog nauwelijks voor. Dat komt naast de vaccinaties onder meer doordat we gezonder eten en beschikken over een betere gezondheidszorg en hygiëne.

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is verantwoordelijk voor het Rijksvaccinatieprogramma. De minister bepaalt welke vaccinaties kinderen krijgen aangeboden, op basis van advies van de Gezondheidsraad. Het ministerie heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) de verantwoordelijkheid gegeven voor de organisatie van het programma. Het RIVM onderzoekt samen met universiteiten de veiligheid van vaccins. De vaccins worden gemaakt door farmaceutische bedrijven, maar zij hebben geen invloed op de inhoud van het Rijksvaccinatieprogramma.

Rijksvaccinatieschema

In het Rijksvaccinatieschema staat wanneer je vaccinaties krijgt aangeboden. Het Nederlandse schema is volledig afgestemd op het voorkomen van ziekten in Nederland. Individueel afwijken van het schema kan alleen bij een gegronde, meestal medische reden. Het schema wordt aangepast bij nieuwe vaccins of nieuwe wetenschappelijke inzichten.

Nog even op een rij:
6 tot 9 weken

De eerste bescherming tegen de ziekten difterie, kinkhoest, tetanus en polio (DKTP), Hib-ziekte, hepatitis B en pneumokokkenziekte krijgt je kind door 2 vaccinaties, meestal in het bovenbeen. Het is belangrijk de vaccinaties zo snel mogelijk te geven, omdat deze ziekten voor heel jonge kinderen gevaarlijk zijn. Tussen de 6 en 9 weken werkt het immuunsysteem van je kind al goed en bieden de vaccinaties de beste bescherming.

3 maanden

Bij sommige ziekten is het nodig een vaccinatie te herhalen. Het immuunsysteem maakt namelijk na iedere inenting meer antistoffen aan. Na een aantal herhalingen is je kind voor langere tijd beschermd. Daarom krijgt je kind wanneer het rond de 3 maanden is opnieuw een vaccinatie tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio (DKTP). Daarnaast beschermt deze prik tegen Hib-ziekte en hepatitis B.

5 maanden

Met 5 maanden krijgt je kind opnieuw de DKTP-Heb-HebB-vaccinatie. Deze vaccinatie moet meerdere malen herhaald worden en beschermt tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio, Hib-ziekte en hepatitis B. Ook is nu een tweede vaccinatie tegen pneumokokkenziekte nodig. Zo blijft de bescherming tegen deze ziekte op peil. Pneumokokken zijn bacteriën die bloedvergiftiging, ernstige longontsteking, hersenvliesontsteking en doofheid kunnen veroorzaken. Het vaccin werkt tegen de meest voorkomende ziekmakende typen pneumokokken.

11 maanden

Op deze leeftijd krijg je kind de vierde DKTP-Hib-HepB-prik. Ook is het tijd voor de laatste vaccinatie tegen pneumokokkenziekte. Door deze prikken bouwt je kind voor lange tijd bescherming op tegen de ziekten. Voor hepatitis B is dat nu levenslang.

14 maanden

Op deze leeftijd krijgt je kind 2 vaccinaties; een tegen de bof, mazelen en rodehond (BMR), en een tegen de meningokokkenziekte. De tweede vaccinatie beschermt tegen de 4 belangrijkste typen meningokok bacteriën die de meningokokkenziekte kunnen veroorzaken: A, C, W en Y. Hoewel de kans op besmetting klein is, gaat het om een ernstige ziekte voor hersenvliesontsteking of bloedvergiftiging kan zorgen.

4 jaar

Als kind 4 jaar is, is het opnieuw tijd voor een vaccinatie tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio (DKTP). In de loop van de tijd neemt de bescherming van de eerdere 4 DKTP-vaccinaties iets af. Daarom wordt de vaccinatie nu nog een keer herhaald.

9 jaar

Op deze leeftijd krijgt je kind de laatste inentingen tegen de bof, mazelen en rodehond, en tegen difterie, tetanus en polio. Deze 2 vaccinaties zorgen voor een goede, langdurende bescherming tegen deze ziekten. Vaccineren tegen kinkhoest, pneumokokken en Hib-ziekten is niet meer nodig. Deze ziekten zijn op deze leeftijd minder ernstig en veroorzaken geen grote complicaties meer.

12/13 jaar

Het humaan papillomavirus kan bij meisjes en vrouwen baarmoederhalskanker veroorzaken. Jaarlijks krijgen ongeveer 700 vrouwen baarmoederhalskanker; 200 overlijden eraan. Deze ziekte kan voorkomen worden door vaccinatie tegen het HPV-virus. Na 2 prikken is ben je voor vele jaren beschermd. Omdat het virus heel makkelijk kan worden opgelopen via seks, krijg je de vaccinatie al jong. Dan werkt het vaccin het beste.

14 jaar

In 2019 krijgt iedereen die is geboren tussen 2001 en 2005 een uitnodiging voor de vaccinatie tegen meningokokkenziekte ACWY. Door de verschillende sociale groepen waarin jongeren in deze leeftijdsgroep bewegen, zoals school, sportclub en het gezin, kunnen zij makkelijker de bacterie oplopen en verspreiden. In 2019 besluit de Gezondheidsraad of jongeren van 14 dit vaccin blijvend krijgen aangeboden. Tot die tijd wordt de vaccinatie nog niet in het Rijksvaccinatieschema opgenomen.